Tieneke de Groot


In 2005 ben ik verder gegaan met de inventarisatie van zowel de moeras- als de zompsprinkhaan. In 2006 had ik helaas weinig tijd, wel ontdekte ik nog een extra locatie met zompsprinkhanen vlakbij een van de bestaande. Zie hieronder het vervolgverhaal.
Samenvatting 2005 en 2006 vervolgonderzoek Vechtplassengebied

zomp04en05Web
Copyright topkaart Topografische Dienst Emmen

DE ZOMPSPRINKHAAN
In en rond het blauwgrasland bij Fort Ruigenhoek heb ik de verspreiding en grofweg de aantallen zompsprinkhanen onderzocht. Hier is de soort op het gehele blauwgrasland aanwezig. Op iedere 50x50 meter hoorde en zag ik individuen, het moeten er honderden zijn geweest. Even buiten dit blauwgrasland waren diverse mannetjes aan het roepen. Op de plagstrook waren ze niet aanwezig, dit is vermoedelijk te vochtig en er is nog te veel open bodem; zompsprinkhanen houden niet van pioniersituaties. Het is de vraag of deze plagstrook op termijn wel geschikt zal zijn, er is al veel opslag van wilg en els, indien deze niet regelmatig verwijderd worden zal er in rap tempo verbossing optreden.
In enkele vochtige graslanden op hemelsbreed grofweg 100 meter afstand van de veenheidepopulatie vond ik enkele mannetjes en vrouwtje zompsprinkhaan in 2006.

DE MOERASSPRINKHAAN in de opnieuw onderzochte delen
In de Molenpolder is in 2004 slechts 1 populatie ontdekt. In 2005 heb ik enkele oostelijk gelegen vochtige, kruidenrijke graslanden opnieuw bezocht. Deze zijn gelegen in en nabij een naturistenterrein. Hier bleken in tegenstelling tot vorig jaar meer dan 30 mannetjes te roepen, verdeeld over twee vochtige, kruidenrijke graslanden. Iets ten noorden van dit terrein werden in een smalle, luwe, grazige vegetatie naast zeven mannetjes ook enkele vrouwtjes gezien. Een verrassing dus. Het is mogelijk dat in 2004 enkele zwervers (inclusief vrouwtjes) over het hoofd gezien/gehoord zijn, danwel dat er pas later in het jaar zwervers zijn gearriveerd (de bezoekronde in 2004 was eind juli, wellicht te vroeg voor zwervers?). Een plotseling verschijnen van een dertigtal moerassprinkhanen in 2005 is in ieder geval niet aannemelijk. Het tiental sprinkhanen in het noordelijker geleden grasland zou in theorie dit seizoen het gebied hebben kunnen bereiken. Voor het naturistenterrein geldt in ieder geval dat hier sprake is van een recente vestiging; in de afgelopen vijftien jaar is hier door mij of anderen nooit de roep van een moerassprinkhaan gehoord.

In de Gagelpolder waren op enkele plaatsen in 2004 zwervers aanwezig. In 2005 is zowel op de veenheide als in de recente plagstrook bij Fort Ruigenhoek geen moerassprinkhaan meer aangetroffen. Het biotoop lijkt wel geschikt, blijkbaar zijn er in 2004 geen vrouwtjes meegemigreerd. In het Noorderpark is begin september 2005, op ongeveer 400 meter van de veenheide vandaan, een mannetje gehoord langs een sloot.

nieuwoverzicht04en05
De paarse en rode stippen zijn moerassprinkhanen, uit resp. 2006 en 2005; de blauwe zijn zompsprinkhanen uit beide jaren. Copyright topkaart Topografische Dienst Emmen

De nieuw bezochte gebieden in 2005
Bethunepolder
Meerder malen heb ik de wegen door de Bethunepolder afgefietst op zoek naar geschikt biotoop voor sprinkhanen. Het grootste deel van deze polder bestaat uit intensief gebruikte graslanden. De vele sloten zijn meestal niet gezegend met een structuurrijke oevervegetatie vanwege de intensieve begrazing of het maaibeheer. Twee gebieden leken me nadere inspectie waard en waren min of meer toegankelijk, namelijk het Bosje van Robertson en De Veenderij.
Bosje van Robertson: In het schraalland oostelijk van het bosje waren helaas geen moeras- of zompsprinkhanen te vinden. Voor beide soorten lijkt dit schraalland te droog.

De Veenderij
Hier zit een kleine populatie moerassprinkhanen, verspreid over drie vochtige rietlanden en/of zeggepercelen. In juli werden 3 mannetjes gehoord. In augustus werden 14 individuen waargenomen, waarvan 2 vrouwtjes.

Mogelijk zijn er op meer plekken in de Bethunepolder kleine aantallen moerassprinkhanen te vinden. Enkele sloten kunnen als migratieroute gebruikt worden door zwervers vanuit de Tienhovense Binnenpolder. Misschien dat er hier en daar vochtige en niet te ruige vegetaties zijn waarin moerassprinkhanen het prettig vertoeven vinden. Een grote populatie verwacht ik echter niet gezien het gebruik van de graslanden. Ook de rietlanden zijn niet geschikt, deze zijn te dicht begroeid met riet.

Tussen Weersloot en Tienhovens Kanaal
Op 31 augustus heb ik Polder Achteraf bij Tienhoven via de kade, die er omheen loopt, bezocht. Af en toe kwam ik een kustsprinkhaan tegen (en hoorde ik gewoon spitskopjes), maar moerassprinkhanen ontbraken. Is het een kwestie van tijd voordat ze ook deze zeer vochtige, maar langs de randen wat drogere, ruigte (riet, lies- en rietgras, kattestaart, gele lis, watermunt) gaan bezetten? Of is de omgeving toch te ruig voor de moerassprinkhaan? Zo'n honderd meter verderop zitten wel kleine populaties, dus waarom zouden ze deze onder water gezette graslanden niet ook hebben kunnen bereiken?

Westelijk van de eendenkooi liggen enkele door paarden, schapen, en koeien begraasde graslanden. In de meest vochtige delen zijn in enkele pitrusvegetaties diverse roepende mannetjes gehoord en gezien. Ook werden ze gevonden in de slootrandvegetaties en in een niet begraasd grasland. Een individu vond de verstoring van een langslopende inventariseerder blijkbaar te erg en sprong/vloog in een rechte lijn noordwaarts over de Weersloot heen; daarmee een afstand van in ieder geval vijftien meter afleggend.

Tussen Weersloot/Tienhovens Kanaal en de Nieuw-Loosdrechtse Dijk
In drie verschillende delen zijn bezoeken gebracht en (deel-)populaties van de moerassprinkhaan gevonden.
In kilometerhok 135-466, het meest noordwestelijk onderzochte deelgebied, werden langs slootkanten en in vochtige, luwe laagtes van graslanden enkele kleine (deel-)populaties gevonden. De laagtes bestonden uit een vegetatie van gele lis, waterdrieblad, liesgras, scherpe/zwarte zegge en watermunt. De graslanden worden vermoedelijk alle een gedeelte van het jaar begraasd door schapen. In de hooilanden tussen de houtwallen werden geen moerassprinkhanen gevonden, hier is het te droog voor deze soort.

Ten oosten en ten noorden van de eendenkooi
Hier werden plaatselijk hogere dichtheden van moerassprinkhanen aangetroffen. In totaal werden hier op 5 september tegen de 200 individuen gehoord danwel gezien. De grootste aantallen zaten in twee laagtes bestaande uit een vegetatie waarin pitrus, veenmos, wateraardbei en grassen domineerden in het ene geval en pitrus, kalmoes en heermoes in het andere geval. De aantallen sprinkhanen bedroegen over een lengte van 50 meter respectievelijk 23 en 24. Ook daar waar de Weersloot en het Tienhovens Kanaal elkaar bijna ontmoeten riepen vanuit de hoge oevervegetatie veel moerassprinkhanen.
Langs begroeide oevers van enkele noord-zuid lopende sloten zaten verspreid kleine aantallen moerassprinkhanen.

Tussen de Graaf FlorisV-weg en de Nieuw-Loosdrechtse weg
De kade langs het stukje natuur-ontwikkeling is geen geschikt biotoop voor de moerassprinkhaan. Ten noorden hiervan echter werden wel diverse roepende mannetjes gevonden in plasdras-ruigtes en laagtes in graslanden.

Polder Achttienhoven
Op 10 september werden op twee verschillende plekken in totaal drie moerassprinkhaanmannetjes gehoord en gezien. Vermoedelijk gaat het om zwervers vanuit de Westbroekse Zodden, want veel geschikt biotoop is hier niet aanwezig. Hier en daar zien de slootkanten er wel vochtig en begroeid genoeg uit om langs te migreren.
ENKELE CONCLUSIES uit de verspreiding in 2005
* Uit de inventarisatie blijkt dat de moerassprinkhaan minstens drie corridors bezet vanuit de populaties rond het Tienhovens Kanaal/Oostelijke Binnenpolder richting Nieuw-Loosdrecht.
* Evenals in de Westbroekse Zodden en de Oostelijke Binnenpolder zijn in het gebied rondom de Weersloot/Tienhovens Kanaal enkele stevige (deel-)populaties van de moerassprinkhaan gevonden, met als maximum 24 individuen per 50 meter. In de Zodden en de Binnenpolder zijn plaatselijk aantallen van meer dan 30 per 50 meter gevonden in 2004.
* In de Bethunepolder is een kleine populatie van de moerassprinkhaan aanwezig. De dichtstbijzijnde andere bekende populatie bevindt zich op 3 kilometer afstand.
* Er werden nergens nieuwe populaties van de zompsprinkhaan gevonden. De populatie in het blauwgrasland bij fort Ruigenhoek blijkt zeer groot te zijn, waarschijnlijk honderden individuen.
* De vraag die ik eind 2004 stelde: Zullen de zwervende moerassprinkhanen in Ruigenhoek en Gagelpolder een populatie opbouwen? kan ik wat het afgelopen jaar betreft met een neen beantwoorden.
* De vraag waarom in het oostelijke deel van de Molenpolder een populatie ontbreekt ondanks het geschikte biotoop is inmiddels achterhaald: dit jaar blijkt er een populatie aanwezig te zijn in drie vorig jaar door mij geschikt geachte graslanden. De populatie in het naturistenterrein moet zeer recent zijn, omdat ik daar de afgelopen vijftien jaar geen moerassprinkhanen heb gehoord.
* De (minimale) vegetatie langs de sloten tussen het noorden van de Molenpolder en het zuiden van de Westbroekse Zodden is vermoedelijk wel toereikend voor migratie, maar niet geschikt voor populaties van de moerassprinkhaan. Het ligt voor de hand dat zwervende moeras-sprinkhanen vanuit de Westbroekse Zodden deze slootranden hebben gebruikt om uiteindelijk in de Molenpolder terecht te komen.
* In graslanden die door paarden werden begraasd is geen enkele moerassprinkhaan aangetroffen. In pitrusvegetaties in vochtige, begraasde graslanden werden kleine aantallen moerassprinkhanen gehoord.
* Vochtige laagtes in graslanden met daarin een afwisseling van pitrus, zeggen, grassen, soms (water)veenmos en enkele kruidachtige planten werden alle bezet door moerassprinkhanen.